Op het matje geroepen. Op de school van mijn kinderen. Omdat mijn dochter de Cito uitzonderlijk slecht heeft gemaakt. En omdat de onvoldoendes van mijn zoon nu veranderd zijn in iets wat zich net onder het gemiddelde bevindt. Dat laatste is goed nieuws. Tenminste, zo moet ik het beschouwen. Ik laat de harde feiten over me heen komen, gelaten, om na tien minuten opgeschrikt te worden door de eierwekker. Met een zoete glimlach en duidelijke lichaamstaal van de beide juffen, word ik richting uitgang gedreven, om plaats te maken voor de volgende ouders, die met bange ogen in het donker zitten te wachten op het moment van de waarheid.
Monthly Archives: juni 2010
Praten met mijn zoon
Tot voor kort waren dit de standaardantwoorden van mijn zoon als ik bij hem informeerde naar zijn persoonlijk welbevinden. Jongens praten nauwelijks en al helemaal niet over gevoelens, komt naar voren uit de populaire opvoedliteratuur, en dat geldt zeker ook voor mijn oudste. Ik mocht mijn handen dichtknijpen als iets ‘best wel leuk’ was.
Koekie heeft ruzie met zijn boterham. En dus met ons
De eerste weken dat Koekie bij ons woonde was eten een wedstrijd. Nooit heb ik in mijn leven iemand zo gulzig alles naar binnen zien schrokken. Hij propte zijn mond vol zodat hij eruitzag als Dizzy Gillespie, de jazztrompettist, wanneer die lange noten blies. Lekker of smerig speelde geen rol, het ging om veel en snel. Hij was een hongerige wolf.
O nee, ze heeft door dat ze anders is!
Het is een leuk verjaardagsfeestje. Het zoontje van een vriendin wordt 1 en ik ben diep onder de indruk van wat deze mooie, bolle reuzenbaby allemaal kan. Hij kan op een loopfiets lopen, hij kan blokken stapelen tot een hoge toren en hij kan zo’n houten boerderijpuzzel maken. Hij brabbelt en kijkt je daarbij gericht aan. Hij laat zich Teletubbies-taart voeren met een vork. Heel knap allemaal.
Meisjes zijn echt anders
Na de geboorte van mijn dochter werd ik door een flink aantal mensen uitbundig gefeliciteerd. Het is immers het leukste om een ‘setje’ te hebben, een jongen én een meisje, vinden velen. Zo kun je de verschillen het beste ervaren. En dat die verschillen er zijn, weet ik inmiddels zeker na bijna 15 jaar ervaring met een jongen en 12 jaar met een meisje.
Mijn vrouw is wel een goede opvoeder. Het bewijs is geleverd
Even een rare gedachte vooraf. Stel dat mijn vrouw en ik de twee slechtste opvoeders van Nederland en omstreken waren, zou iemand daar dan achterkomen? Zouden we eigenlijk niet wat regelmatiger gecontroleerd moeten worden? Zou er niet maandelijks een gesprek moeten plaatsvinden met Koekie, onze 9-jarige pleegzoon die nu ruim een jaar bij ons is, om te kijken of het een beetje goed gaat met hem?
Inspirerende lessen
In sommige groepen is het echt genieten. Dat zijn de groepen waar inspirerende leerkrachten voor staan. Zo’n leerkracht voelt de behoeften van leerlingen feilloos aan, en weet nieuwe lesstof altijd te presenteren als een cadeautje. Als hij aan het woord is, hangen de leerlingen aan zijn lippen. Als hij een dag afwezig is, tellen de leerlingen de uren af. Deze leerkracht is geen slaaf van een methode en laat zich niet gek maken door de inspectie. Hij doet gewoon wat hij moet doen: lesgeven. Omdat hij niet anders kan. Omdat het in zijn bloed zit.
Door vaders meer lol
Op vaderdag glipt mijn vriendin het bed uit. Ik draai me nog eens om en hoor in de verte de geluiden van het naderende ontbijt. Opgewonden stemmen, de citruspers, bestek dat op de grond valt, de borden die op tafel worden gezet. Aan dit lekkere luieren komt een abrupt eind als mijn kinderen zich met hun volle gewicht op me werpen – hoeveel weegt een jongen van 14 tegenwoordig wel niet?
Vreetkick
Gisteravond had ik een vreetkick. Onverklaarbaar: ik had kort daarvoor nog een substantieel bord vol eten weggewerkt. Desondanks kon ik niet meer stilzitten; moest en zou iets eten. Ik moest Griekse woordjes stampen, maar was te zwak door deze mysterieuze trek om me met iets anders bezig te houden dan met mijn gigantische drang naar eten.
Toen ik het niet meer uithield, ging ik in de keuken op zoek naar iets eetbaars. Ontzettend geïrriteerd kwam ik erachter dat het brood in de vriezer zat, het eten van vanavond op was en het beschuit wel aanwezig maar zonder beleg was.
Maar ze is wél gelukkig
Soms zou ik willen dat iedereen al wist dat ik een gehandicapt kind heb. Dat het gewoon een natuurlijk gegeven was op de achtergrond. Dat ik nooit meer één gedachte hoefde te wijden aan het ter sprake brengen van haar anders-zijn.
Tot die tijd zit ik met de kwestie: aan wie vertel ik het en, vooral, wanneer begin ik erover?
In oppervlakkige situaties – in winkels, op borrels en feestjes – houd ik het meestal voor me. Gewoon omdat de gelegenheid er niet naar is of omdat ik geen zin heb in een zwaar gesprek. Komt het gesprek dan toch op ‘de kinderen’, dan manoeuvreer ik het listig naar de kinderen van die ander.