‘Ik voel altijd onder haar neusje of ze nog ademt’

Yaël is weer zo goed als beter. Ze is bijna twee weken ziek geweest. De laatste dagen keert haar eetlust langzaam terug en ook de kleur op haar wangen. Ze wordt weer heel langzaam haar blije zelf.

Ze gaat ook weer naar haar dagbesteding, dus het georganiseer met extra oppas en iets-later-beginnen-op-het-werk is voorbij. Ik heb, als ik niet moet werken, ook weer wat tijd voor mezelf. En tijd voor vriendinnen!

Ik ga koffiedrinken met K. en F., die ook allebei een gehandicapte dochter hebben. We praten over onze meiden. Ik vertel hoe ziek Yaël was en hoe ze zichzelf in de weg zat. In bed, uit bed, toch maar weer in bed. Huilend wakker worden. Bijten uit frustratie. Ik vertel ook hoe bang ik altijd ben als ze ziek is. Dat ik steeds ga kijken of ze nog leeft. En dat ik haar soms per ongeluk wakker maak, omdat ik móét voelen of ze nog ademt.

Vriendin K. herkent het: ‘Ik voel altijd onder haar neusje of ze nog ademt.’ Ik knik. ‘Maar dit hebben ouders van gezonde kinderen dus helemaal niet hè,’ zegt ze er meteen achteraan. ‘Die gaan echt niet de hele tijd controleren of hun kinderen nog leven.’

‘O, ik dacht dat het mijn neurotische inborst was, dat het aan mij lag,’ zeg ik. ‘Neeee,’ zegt K. ‘Het ligt niet aan jou. Het ligt aan de epilepsie. Je weet nooit wat er kan gebeuren.’

Op de fiets naar huis denk ik na over het gesprek. Het is alweer drie jaar geleden dat we met Yaël vanwege een serie aanvallen waar ze niet uitkwam op de eerste hulp zaten. Dat ze opgenomen werd op de kinderafdeling. En het is gelukkig bij die ene opname gebleven. Ik ken kinderen die aan de lopende band in het ziekenhuis liggen.

Maar toch zit die ervaring nog vers in mijn geheugen. Ik weet nog hoe angstig ik me voelde, die kerstnacht, hoe ik mijn moeder belde dat het helemaal mis was en dat we niet konden komen eten. Het lijkt wel of mijn vertrouwen in Yaëls gezondheid toen een deuk heeft opgelopen. Misschien moet ik daarom wel steeds controleren of ze nog leeft.

Ik denk verder. Wat, in mijn gedrag, in mijn moederschap, is ‘normaal’ en wat is volledig te verklaren door Yaëls beperkingen? En aan de andere kant: wat is er normaal aan Yaël?

Onder haar handicaps en aandoeningen heeft ze een geheel eigen persoonlijkheid. Zij ís niet haar handicaps. Zij ís niet haar verstandelijke beperking, haar autisme of haar epilepsie, ze is veel meer dan dat.

Ik bedenk dat ik de neiging heb alles wat ze doet en alles wat er gebeurt toe te schrijven aan haar beperkingen. Heeft ze griep? Als ze maar geen aanval krijgt. Is ze geïrriteerd? Dan is ze vast overprikkeld door haar autisme. Of het komt door het afbouwen van de Frisium, een van haar medicijnen. Werkt ze tegen als ik haar haar kam? Ze verdraagt natuurlijk geen prikkels bij haar hoofd. Laat ze zich de hele tijd vallen als ik haar broek wil aandoen? Ze snapt vast niet wat er van haar verwacht wordt.

Misschien is het waar. Misschien is het niet waar. Ze kán natuurlijk ook geïrriteerd zijn omdat ze een slecht humeur heeft. Gewoon een slecht humeur. En alle kinderen vinden haren kammen vervelend. En dat tegenwerken met aankleden kan ook wel een verlate nee-fase zijn: ik ben 2 en ik zeg nee. Maar dan in de vrije variant: ik ben bijna 6 en ik zeg nee.

Misschien moet ik haar toch iets meer als een normaal kind behandelen. Oftewel: opvoeden.

Aan de andere kant: heel veel dingen zijn echt niet normaal. Normale kleuters bijten hun kleren niet kapot uit frustratie. Normale kleuters krijgen geen babyprak gevoerd met een babylepeltje omdat hun mond overgevoelig is voor prikkels. Normale kleuters dragen geen luiers. Straks ga ik opvoedkundig optreden en begrijpt ze het helemaal niet.

Dus hoe graag ik ook een normale moeder zou willen zijn en hoe goed ik ook speur naar de normale Yaël, ik moet mijn beperking erkennen: ik ben nu eenmaal de moeder van een gehandicapt kind.

 

Sanne Kloosterboer

Sanne Kloosterboer (37) is de moeder van Yaël (5). Yaël is verstandelijk gehandicapt, autistisch en heeft epilepsie. Sanne woont met man en kind in Amsterdam en werkt bij een krant.

J/M is een informatief, journalistiek maandblad met een uitgebreide website vol achtergrondinformatie voor ouders van 4- tot 16-jarigen. J/M richt zich op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.

  • http://Website Lily

    Ik controleer nog steeds elke avond of mijn jongens (nu 7 en5) nog ademen… en ze zijn perfekt gezond! Als ik ga slapen geef ik ze een kus en een aai over hun bol, of ik stop ze nog eens in of zo, tot ze bewegen…
    Het heeft jaren geduurd voor ik ‘s nachts als ik naar de wc moest weer naar bed kon zonder eerst de jongens te controleren. Als ik toch meteen naar bed ging lag ik me urenlang zorgen te maken…

    ergens zijn we allemaal wat neurotisch geloof ik…

  • http://Website Diana

    ‘Maar dit hebben ouders van gezonde kinderen dus helemaal niet hè,’ zegt ze er meteen achteraan. ‘Die gaan echt niet de hele tijd controleren of hun kinderen nog leven.’

    Ook als mijn kinderen ziek waren (en dat was best vaak!) controleerde ik regelmatig. Indien benauwd o.i.d. dan kwamen ze in mijn bed liggen (hoofddeel iets overeind) en dan probeerde ik te slapen. Terwijl je het idee hebt dat je de hele nacht heb liggen luisteren.
    Het is bij ons met “gezonde kinderen” niet vreemd.

    Ook wij kijken nog voor het slapen even bij de kids.
    Maar bij mij wordt het minder vaak naar mate de kinderen ouder worden en minder vaak ziek zijn.

    Respect voor jullie! (en het is dus absoluut niet abnormaal!)

  • http://Website Anneke

    Ouders van gezonde kinderen kennen dit idd ook. Ik als moeder van een “gezond” en een kind met een meervoudige verstandelijke beperking heb hetzelfde. Ik heb zelf de eerst 8 jaar van onze zoon met beperking amper geslapen omdat hij zelf elke nacht meerdere keren wakker was. Meerdere keren heeft hij in het ziekenhuis gelegen waarbij ik dacht, zo dit was het dan. Maar hoe langer het beter gaat hoe rustiger ik ook eindelijk slaap en minder vaak ga controleren bij beide kinderen van is alles wel ok.
    Ook wat betreft het opvoeden ken ik het gevoel wat jij omschrijft. Met onze “gezonde” zoon is “opvoeden”geen probleem maar met onze zoon met een beperking zit opvoeden er over het algemeen niet in. Wel proberen we hem zo veel mogelijk mee te geven van wat gangbaar is. Alles wat je ze bijbrengt is iets en wat ze ermee doen is en blijft altijd een vraag.

    Ik denk dat genieten van onze speciale kinderen het allerbelangrijkste is.

  • http://Website Irma

    In het eerste deel van je blog dacht ik direct: oh, dan heb ik ook een neurotische inborst… Ik controleer mijn kind ook. En als ze ziek is meerdere keren per nacht, elk kuchje of het gebrek aan een kuchje… Iedere keer maak ik mijn hand vochtig en voel ik of ze nog ademt door mijn natte hand onder haar neusje of bij haar mondje te halen.

    In het tweede deel van je blog begreep ik dat het bij jou veel verder gaat. Het is niet te vergelijken. Ik heb mijn kind nog nooit naar het ziekenhuis hoeven brengen. Gelukkig. De tijd dat ze niet kon vertellen wat ze wilde is achter de rug. Alhoewel: als het echte emoties betreft, is en blijft het moeilijk te vertellen wat er aan de hand is. Alleen kan ik er nu met vragen en reacties achter komen wat er aan de hand is. Jullie moeten dat met non-verbale communicatie doen. En inderdaad: je moet opvoeden, je moet haar haar kammen, ze moet zich aankleden, en ja: is ze humeurig (kan best natuurlijk, ook zij kan humeurig worden) of is er iets anders aan de hand.

    Werkt het zoals bij een baby/dreumes dat je op een gegeven moment kan invullen wat er aan de hand is? Dat je aan voelt of ziet aan je kindje wat er mis is? Zonder woorden, zonder verbale communicatie? Daar ben ik heel benieuwd naar.

  • http://Website Willemijn

    Ook ik [moeder van twee geestelijk en lichamelijk gezonde zonen van 10 en 12 jaar oud] check iedere avond voordat ik naar bed ga of ze nog ademen. Oudste zoon is ooit heel erg ziek geweest en ik zie mijzelf nog ‘s nachts met hem in de buggy naar de dokter rennen. Naast dit zijn beide zelden ernstig ziek geweest en er is geen enkele indicatie dat er ook maar iets met ze aan de hand zou kunnen zijn. Toch kan ik niet slapen voordat ik zeker weet dat ze veilig zijn, en ik hun slapende en ontspannen gezichtjes een kus heb gegeven. Het is duidelijk dat Sanne’s stuk niet alleen hier over gaat, maar ik denk dat moeders, ondanks hun uiteenlopende ervaringen, in essentie niet zo veel verschillen. We willen volgens mij allemaal hetzelfde: dat ons kind veilig is.

  • http://Website Sanne

    Leuk om te lezen dat héél veel moeder dit doen, ook van gezonde kinderen. En dat ik dus, ook al zijn de omstandigheden bij ons anders, eigenlijk heel normaal ben. Het is wat Willemijn zegt: we willen allemaal dat ons kind veilig is.

  • http://Website Sanne

    Al denk ik dat bij kinderen met een ernstige epilepsie of een andere aandoening die in potentie levensbedreigend is, de angst dat het wel eens zomaar afgelopen zou kunnen zijn een stuk gegronder is dan bij ouders van normale kinderen.

  • http://Website yvonne

    Het is toch wel ECHT anders als je angst gegrond is (ipv gewoon een overbezorgde moeder zijn). Naast twee gezonde kinderen heb ik een kindje met epilepsie en bij de laatste gaat de angst toch vele malen verder dan “willen dat mijn kind veilig is / bezorgd zijn”.

    Vind het persoonlijk best irritant als mensen op mijn verhalen over hoe “het anders is” zeggen “oh maar dat heb ik ook” terwijl het toch echt niet te vergelijken is.

  • http://Website Annette

    Het controleren van de ademhaling doe ik ook. En ik moet toegeven: mijn jongste is als baby vaak en behoorlijk ziek geweest; bij hem ben ik sneller angstig dan bij de 2 anderen. Temeer daar ‘gewoon’ ziek zijn bij hem regelmatig ontaardde in net wat ernstiger (verkoudheid kwam bijna altijd via de oren naar buiten, een griepje bleek een longontsteking).
    Maar iets anders herken ik ook in Sanne’s verhaal: de vraag wanneer je iets ‘erkent’ als behorende bij een beperking, of door hebt dat je je verwachtingen omhoog moet bijstellen. Mijn jongste heeft een aantal beperkingen maar soms betrap ik mij erop dat ik dingen accepteer waarvan ik moet gaan beginnen ze niet meer zonder meer te accepteren. Iets meer van hem te gaan verwachten op dat gebied dus. Maar het blijft erg moeilijk om die momenten te onderkennen. Soms helpt het als iemand er iets over zegt en er ineens een kwartje valt dat nog niet gevallen was. Soms.

  • http://Website Mariska

    Heel herkenbaar. Mijn jongste zoontje (3) heeft epilepsie en wij hebben ook al een keer meegemaakt dat hij niet uit een aanval kwam. Hij was toen net 1 jaar geworden. Dat beeld krijg je nooit meer uit je hoofd.

    Het checken doe ik dus ook dagelijks, ik check de hele dag of hij koorts heeft (want dat is bij hem een trigger). Verder prop ik hem vol met vitamines en weerstandverhogende middelen, om maar te voorkomen dat hij ziek wordt.

    Bij mijn andere kinderen ben ik ook ongerust, maar toch anders…iets minder neurotisch :-)

  • http://Website Willemijn

    Daar ben ik weer en sorry dat ik op dit onderwerp doorga, maar ik vind mijzelf helemaal geen overbezorgde ouder. Integendeel denk ik zelfs. Ik ben gewoon een moeder die erg blij is dat ze überhaupt kinderen heeft gekregen, intens van haar kinderen houd en er niet aan moet denken ze te verliezen. Ik ben een moeder wiens kinderen geen epilepsie en/of andere serieuze/levensbedreigende ziekten hebben maar denken jullie nu echt dat de angsten die ik heb mbt tot het verliezen van mijn kind anders/minder zijn omdat mijn kinderen zelden in doodsangst hebben verkeerd? Ik weet het niet. Is dit iets waarbij moeders in kampen worden verdeeld? Kamp A die gebaseerd op de levensbedreigende ervaringen die ze met hun kinderen hebben meegemaakt vind dat ze recht hebben op bezorgd zijn en kamp B, dat die ervaring niet heeft, en dus eigenlijk geen recht op een dergelijke bezorgd zou hebben omdat hun kinderen nooit in een vergelijkbare levenbedreigende situatie zijn geweest? Nogmaals, ik weet het niet.

  • http://Website Diana

    Tja, wat niet is, kan wel komen!
    Niemand heeft garantie op gezondheid.
    Het kan zomaar omslaan.
    Bedoel je dat Willemijn?

  • http://Website Margriet

    Ik denk dat iedere moeder bang is dat er iets met haar kinderen gebeurt. Dat is niet voorbehouden aan ouders met een zorgenkind. Ik begrijp jouw reactie heel goed, Willemijn. Gaat het stuk van Sanne eigenlijk niet over een andere vraag: Hoe voed ik mijn kind met een handicap op? Opvoeden is al best moeilijk. Wat is verwend peutergedrag waar ik tegen moet optreden en waar kan mijn kind niets aan doen? Een herkenbare vraag. Wij staan daar met onze zoon (Asperger en epilepsie) ook vaak voor. Het is een kwestie van uitproberen. Koester wat goed gaat en blijf dat mooie meisje zien en niet alleen haar beperkingen. Succes ermee.