Voor de duizendste keer lees ik Rupsje Nooitgenoeg voor

‘s Nachts lag er in het maanlicht een eitje op een blad.

Ik stop het babylepeltje met de klont prak erop voorzichtig in Yaëls mond, met de speciale techniek, waarbij ik de onderkant van haar mond niet raak en zij met haar boventanden het eten van het lepeltje kan schrapen. Het lukt, ze eet.

En toen op een mooie zondagmorgen de zon stralend en warm opging, kroop uit het eitje, knak, een hongerige rups.

Nog een hap. Ze lijkt de prak – witlof, worstjes en aardappel door de roerzeef gemalen – lekker te vinden. Ik leid haar af met voorleesboekjes, zodat ze de lepel als minder invasief ervaart.

Hij ging op weg om eten te zoeken.

Voor de meer dan duizendste keer lees ik Rupsje Nooitgenoeg voor. Ik ken de tekst uit mijn hoofd en weet zonder te kijken wanneer ik de bladzijden moet opslaan. Rupsje Nooitgenoeg is een kinderboekje dat eigenlijk gaat over een bedrijf dat door vijandige overnames een multinational wordt. Dat is althans mijn interpretatie. Zoals ik ook denk dat dat andere boekje van Eric Carle, Wil je mijn vriendje zijn, gaat over een homo die uit de kast komt en dan eindelijk gelukkig wordt. Dat krijg je als je kinderboekjes zo vaak voorleest dat je de tekst op een dieper niveau gaat beschouwen.

Op tafel ligt nog een stapel boekjes, zodat Yaël zelf kan kiezen. Die ken ik ook allemaal van buiten. Een maaltijd duurt ongeveer tussen de vier en zes boekjes, een beetje afhankelijk van de boekjes die ze kiest en hoe ze eet.

Yaëls mond is overgevoelig, net als haar hele gezicht trouwens. Ze verwerkt prikkels anders dan andere kinderen. Dat heet een sensorische integratiestoornis. Door die verstoorde prikkelverwerking vindt Yaël een lepel in haar mond moeilijk. Zelfs een zacht babylepeltje. En daarom is het eten geven nogal een gedoe. Ze weert de lepel vaak af, ook als ze honger heeft. Dan moeten we haar helpen door haar handjes vast te houden en toch snel de lepel in haar afgewende mond te doen. Als ze eenmaal het eten proeft, verdwijnt de blokkade meestal en kunnen we haar verder voeren.

Al jaren geleden ontdekten we dat het goed werkte als we haar onder het warm eten voorlazen. Dat het voeren dan stukken soepeler ging. Dus als we ergens heen gaan, gaat er altijd een stapel boekjes mee. Maar naar Italië waren we de boekjes vergeten, terwijl ze nog wel in de vakantiespreadsheet stonden. Ik voorzag even een kleine ramp, maar het viel mee: Yaël at haar prak zonder de boekjes. Gelukkig waren we de roerzeef niet vergeten, zodat het eten precies de goede consistentie had.

‘Wat goed!’ zei Hanno opgetogen, ‘ze eet zonder boekjes. Ze heeft een sprongetje gemaakt! Wat fijn, ik heb het zo gehad met dat hele boekjesritueel.’

Hij had iets te vroeg gejuicht. Toen we weer terug waren in Amsterdam ging het eten langzaam moeizamer en moeizamer. Tot we twee weken geleden inzagen dat het sprongetje waarschijnlijk een korte opleving was geweest, veroorzaakt door de vakantieschrik of zo. We besloten dat de boekjes terug moesten. We mailden Yaëls thuisbegeleidsters dat het zonder-boekjesexperiment ten einde was en Yaël at weer haar hele prak op.

Het is een terugkerend patroon: we proberen iets en keren op onze schreden terug. Zo zijn we nu voor de vierde keer bezig met het experiment ‘met de pot mee-eten’. Bij het vorige experiment at ze eerst mee en kreeg ze daarna haar prak. Dat bleek te hoog gegrepen. We schaften het experiment af en aten weer apart van haar, wat als voordeel had dat we zelf rustig konden eten.

Maar nu is ze weer een jaartje ouder en het nieuwe experiment heeft een volledig vrijblijvende vorm. Yaël eet eerst haar prak en mag dan met ons aan tafel zitten met haar eigen bordje eten. Daarmee mag ze vrij experimenteren. Ze mag eraan voelen met haar handjes, ze mag het kneden, ze mag ermee smeren, ze mag erin slaan. Dit vrije experiment leidt ertoe dat ze nieuwe smaken proeft. Ze zit tenslotte altijd met haar handjes in haar mond, ook als er eten aan zit. En soms eet ze per ongeluk een stukje tomaat of aan stukje vis.

Voor ons is het experiment ook vrijblijvend: ze hoeft niet elke dag mee te eten, zodat we bijvoorbeeld af en toe ranzig voor de tv kunnen eten. Of nog eens een gesprek kunnen voeren. De ambities zijn bescheiden, zodat het voor iedereen leuk blijft.

Sanne Kloosterboer
Sanne Kloosterboer (38) is de moeder van Yaël (7). Yaël is verstandelijk gehandicapt, autistisch en heeft epilepsie. Sanne woont met man en kind in Amsterdam en werkt bij een krant.

J/M is een informatief, journalistiek maandblad met een uitgebreide website vol achtergrondinformatie voor ouders van 4- tot 16-jarigen. J/M richt zich op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.

 

  • Marja_jaspers

    Wat mooi bescheven, jullie eetmoment. Mooi dat jullie nu heel vrijblijvend Yael aan tafel kunnen laten zitten terwijl jullie eten.

    “jammer” dat jullie experiment met het eten zonder boekjes ‘mislukt’ is… Wat ik ervaar is dat andere situaties (vakanties dus) ook ander gedrag/ andere draaglast (de hoeveelheid prikkels die iemand kan hebben, zonder overprikkeld te raken) kunnen betekenen.

  • sandra

    Zo herkenbaar,hier eerst met boekjes(nog steeds na 9 jaar is het feest van tante trijn,Dick Bruna nummer 1)daarna voor de tv met een dvd en nu de laptop met zijn filmpjes.Maar ondertussen eet hij steeds meer andere dingen,hoef het niet meer te pureren wel prakken hahahaHet geeft echt afleiding voor al die gevoelens/prikkels in de mond.Er blijven dingen die hij echt niet verdraagd en ook hij eet eerst en dan pas wij.